Onderwijs

Veel mensen in en rond het onderwijs zijn op zoek naar het leren van de toekomst. Het denken over wordt vaak sterk gestuurd door technische mogelijkheden, maar is dat wel terecht? Maken digitale leermiddelen het onderwijs wel effectiever? En wat zijn dan belangrijke voorwaarden en wat zijn succesfactoren?

Keuzes in het onderwijs zouden niet moeten gaan over de nieuwste gadgets of digitale walhalla’s, maar over de brug waarmee ICT de onderwijspraktijk, de thuissituaties van leerlingen en de veranderende maatschappij kan verbinden. Een weg naar een andere manier van leren en onderwijzen, beter passend bij wat leerlingen in de toekomst nodig hebben.  Leerkrachten en docenten moeten verbinding zoeken met de snel veranderende maatschappij en niet bang zijn voor verandering.

De leermiddelen die we in 2025 aantreffen in scholen zullen veel van onderwijsgevenden vragen. Nieuwe vaardigheden en competenties om met apparatuur en software om te gaan zijn niet zomaar verworven. Het is lastig om je nu al een realistisch beeld te vormen voor straks. En toch moet het! Ons leven is meer en meer omringt met digitale producten. De digital natives, kinder die geboren zijn in het digitale tijdperk, verwachten dat hun juf of meester ze verder kan helpen!

Er zijn dus flinke stappen te zetten. Het gaat er niet over of informatietechnologie het onderwijs gaat veranderen, maar het gaat over hoe het zal veranderen en de kwaliteit die de maatschappij ervan verwacht.

Niet alleen beleidsmakers, bestuurders en directies zijn aan zet. Ook de professionals op de werkvloer, die dagelijks contact hebben met leerlingen moeten een digitale wind laten gaan waaien en zich beseffen dat deze onderwijsverandering er niet één wordt die je geduldig kan uitzitten.

Informatietechnologie en digitalisering lijken neutrale ontwikkelingen die vrij zijn van een onderwijsopvatting. Sterker nog, de aanname dat technologie het onderwijs echt kan vernieuwen is een misvatting. Echte onderwijsinnovatie zit in het gedrag van mensen en deze gedragsverandering kan ondersteund worden door informatietechnologie.

Digitale schoolborden en Chromebooks in de klas kunnen helpen het onderwijs interactiever te maken, maar dat gaat niet vanzelf. Te vaak worden deze middelen nog gebruikt als veredelde televisies en schoolborden. Een echte didactische visie op technologisch ondersteund onderwijs is er op veel scholen nog niet. Wanneer we verwachten dat technologie vanzelf tot betere leerresultaten, betere afstemming op of nauwere aansluiting bij de veranderende belevingswereld van leerlingen leidt, wacht ons een teleurstelling. De houding van leerkrachten en docenten is net zo goed belangrijk. Met alleen technologie gaan we de kinderen van nu niet voorbereiden op de wereld van straks.

Onderwijsvernieuwing heeft zeker ook te maken met verandering in onderwijsconcepten: de achterliggende keuzes die ten grondslag liggen aan de manier waarop kinderen tot leren worden aangezet.

Toen de wereld nog overzichtelijk was konden we het ons permiteren om onderwijs als een massaproduct te zien; hoe groter de school, hoe beter het resultaat. Dat was in de jaren 90 van de vorige eeuw hoe schoolleiders en politici dachten. Informatie was schaars en leermiddelen waren beperkt beschikbaar. De leerkracht was de zender en de leerling de ontvanger. Kortom, klassikaal frontaal onderwijs leek te passen bij het tijdsbeeld en het opbrengstgericht werken.

Op dit moment is klassikaal frontaal lesgeven voor veel leerlingen niet meer de beste manier om op een efficiënte manier tot leren te komen. Ook de hiërarchische relatie is niet meer van deze tijd. Leerlingen en ouders verwachten meer interactie en afstemming op de individuele verschillen. De tijd van massa-onderwijs is voorbij!

Moderne scholen zullen veel meer van elkaar verschillen dan we gewend zijn. Ze zijn niet meer gericht op de massa, passen niet meer in een massasysteem, maar richten zich juist op doelgroepen. Dat doen ze door het schoolconcept af te stemmen op dat wat hun leerlingen nodig hebben.

Het aantal verschillende schoolconcepten zal daardoor sterk toenemen en de wijze waarop deze worden ingevuld nog meer. De keuze is vervolgens aan ouders, leerlingen en leerkrachten. Er zal daarbij niet zo snel sprake zijn van goed of fout, maar het gaat om de samenhang en aansluiting bij de eigen doelgroep.

Het hele spectrum van sterk leerkrachtgestuurd onderwijs met vooral papieren leermiddelen tot nagenoeg volledig leerlinggestuurd onderwijs met vooral digitale leermiddelen en een begeleidende leerkracht zullen terug te vinden zijn in het onderwijs van de toekomst.